Street stories

carding-en-fishing.gif (96 Kb)

Lees hoe de nationale recherche te werk gaat bij de bestrijding van cybercrime. Hoe inbrekers hun slag slaan in het Habbo-hotel en hoe Peter gegrepen werd door het computervirus.

vier maanden de cel in

Hij zag zijn gehack als kattenkwaad, maar belandde vier maanden in de cel. ‘En geloof me,’ blikt Peter (23) terug, ‘dat waren lange, zware maanden.’

Toen hij twaalf was, werd hij gegrepen door computers. Meer en meer wilde Peter weten wat hij allemaal met zijn PC kon, en hij volgde later een studie systeembeheer. Waar het fout ging? Tja, dat is moeilijk aan te geven. Eigenlijk was hij nooit van plan een misdrijf te plegen.

In zijn studie stuit Peter voor het eerst op computerbeveiliging. ‘Dat vond ik zo interessant dat ik meer over hacken ging lezen. Het werd een complete hobby.’ Op een dag slaagt Peter er in om toegang te krijgen tot het systeem van een Grieks gamesbedrijf. Nadat hij de wachtwoorden achterhaalt, vindt hij de testversie van het spel Darkfall Online. Hij downloadt het spel. Maar het High Tech Crime Team van de politie ontdekt het misdrijf. Peter bekent. ‘Ja, ik wist dat het niet mocht wat ik deed, alleen vond ik dat ik niet écht iets fout deed. Ik zag het meer als kattenkwaad.’

Peter komt voor de rechter en krijgt twaalf maanden celstraf waarvan acht maanden voorwaardelijk (die acht maanden hoefde hij dus niet uit te zit-
ten) en vijftig uur taakstraf. ‘Niet niks dus voor wat kattenkwaad. En geloof me, ik heb vier maanden in de cel gezeten en dat waren lange en zware maanden.’ ‘Ik heb er spijt van dat ik de betrokken bedrijven aardig heb laten schrikken en benadeeld. Maar zonder het hacken wist ik waarschijnlijk nooit zoveel van beveiliging als dat ik nu doe, dus van dat deel heb ik geen spijt.’

‘Ik ga andere mensen niet zeggen wat ze wel en niet moeten doen. Maar als je hackt, denk dan niet dat je met een spelletje bezig bent. Je pleegt een misdrijf. Een misdrijf dat in dit tijdperk waarin alles via internet gaat, steeds vaker en zwaarder wordt bestraft.’  

phising, carding & hacking

Het High Tech Crime Team van de Nationale Recherche spoort computercriminelen op. Het onderzoekt grootschalige aanvallen op servers of websites. Op computer-nerds zit het team niet te wachten. ‘Wij hebben juist sociaal intelligente mensen nodig, die in een team kunnen samenwerken,’ vertelt teamleider Martijn van de Beek.

Sporen verdampen waar je bij staat. Computergegevens kunnen razendsnel verdwijnen. Daarom moet het team soms vliegensvlug een Duitse, Roemeense of Engelse server onderzoeken om gegevens veilig te stellen of een Amerikaanse collega wat laten uitzoeken. Zeker één keer per week krijgt het High Tech Crime Team zelf een vraag uit het buitenland om informatie.

Hacken, phishing, online bedrijfsspionage (stelen van cruciale bedrijfsinformatie) of carding (het stelen van creditcard gegevens) zijn de internetproblemen waar het High Tech Crime Team mee te maken heeft. Veel computercriminelen zijn actief in de omgeving van Amsterdam. Daar liggen de belangrijke internetverbindingen tussen Europa en Amerika waarover gigantisch veel internetverkeer wordt gestuurd. Veel internetbedrijven hebben zich daarom op die plaats gevestigd. Dat trekt op zijn beurt weer veel criminaliteit aan.

Internet kent geen landsgrenzen. Om computercriminelen op te sporen heeft het High Tech Crime Team over de hele wereld contacten. ‘Het is heel goed als rechercheurs digitale kennis hebben, maar internationaal samenwerken is belangrijker,’ zegt Martijn van de Beek. Door de internationale informatie heeft het High Tech Crime Team een goed beeld van wat internetbendes doen. Zo hebben ze afgelopen jaar een hacker opgepakt (zie: Vier maanden de cel in) en een Russische computerbende ontmaskerd.

De rechercheurs willen ook bedrijven die last hebben van computercriminaliteit beschermen. ‘Wij gaan onze informatie – die normaal geheim is – gewoon met die bedrijven delen,’ zegt Martijn van de Beek. ‘Zo kunnen we in de toekomst veel ellende voorkomen.’

criminelen op internet

Er wordt ingebroken in computers, software gestolen en informatie veranderd. Bart den Hartigh, cybercrime-officier bij het Openbaar Ministerie leidt onderzoeken naar computercriminaliteit: ‘Criminele bendes maken wereldwijd steeds meer gebruik van internet.’ Ze leggen systemen plat, verspreiden virussen en wissen gegevens.

De cybercrime officier onderzoekt samen met het specialistische High Tech Crime team van de Nationale Recherche internationaal computercriminaliteit. Ze analyseren mogelijke aanvallen op banken, spoorlijnen, wegen, gebouwen of waterleidingen. En ze bestuderen afpersingszaken waarbij criminelen gestolen internetgegevens pas teruggeven nadat enorme sommen losgeld is betaald.

Hacker van games
Een Grieks computerbedrijf deed aangifte bij de Nederlandse politie. Er was een testversie van een computerspel gestolen. De zaak werd doorverwezen naar Bart en het High Tech Crime Team. Uit onderzoek bleek dat een Nederlandse jongen online had ingebroken, opzettelijk gegevens had veranderd en gekopieerd. De verdachte jongen werd opgepakt en bekende. Hij is veroordeeld door de rechtbank.
(lees: vier maanden de cel in)

Katvangers
Klanten van een bank ontvingen spam-mail met een virusbijlage. Wanneer een rekeninghouder de bijlage opende, raakte de computer geïnfecteerd en vonden er stiekem overboekingen plaats op het moment dat hij aan het internetbankieren was. Het gestolen geld ging naar een katvanger (geldezel). Dat zijn mensen die het gestolen geld op hun rekening laten storten. Als beloning mogen ze 5 procent houden. Die katvangers moesten het geld doorsluizen naar criminelen in Rusland. Onderzoek van het High Tech Crime Team ging van Nederland naar Zwitserland, Engeland, Hongkong, Rusland en de Oekraïne. Uiteindelijk is vastgesteld dat de bende in Rusland zit o en zijn de Nederlandse katvangers aangehouden.

Belangrijk werk
Cybercrime-officier Den Hartigh vertelt dat internetcriminelen over de hele wereld banken hebben aangevallen en miljoenen euro’s winst hebben gemaakt. Het geld geven ze uit aan dure auto’s, onroerend goed, vakanties, uitgaan en dure artikelen.
‘Dat kan natuurlijk niet ongestraft blijven,’ vindt Bart den Hartigh. ‘Internet mag geen vrijplaats voor criminelen worden.’

diefstal in Habbo

Gebruikers van Habbo-hotel doen aangifte bij de politie van inbraak en diefstal. Inbrekers hebben meubels gestolen uit hun virtuele kamers van het hotel. ‘Een redelijk brutale diefstal,’ vindt officier van justitie Wouter van Schaijck. ‘De inbrekers worden aangeklaagd.

De digitale recherche wordt ingeschakeld door het bedrijf dat Habbo-Hotel beheert. De rechercheur hoort dat er accounts zijn gehackt. Habbo is een virtueel hotel. Bezoekers beschikken over een virtuele kamer en kunnen die mooier maken door virtuele meubeltjes te kopen voor echt geld. Iedere Habbo-bezoeker kan toegang krijgen tot het hotel door het invullen van een gebruikersnaam en een wachtwoord. Die gegevens zijn uiteraard persoonlijk.
Toch hebben de hackers persoonsgegevens weten te achterhalen. Dat kan als controlevragen van e-mailaccounts makkelijk te raden zijn of fake-sites worden ingezet om gebruikersnamen en wachtwoorden te ontfutselen. ‘Zodra persoonlijke gegevens worden gevraagd, moet je alert zijn,’ waarschuwt officier Van Schaijck.
Er zijn vier 16-jarige verdachten opgepakt. Zij worden door de officier van justitie vervolgd voor computervredebreuk en diefstal. ‘Ik wil een signaal afgeven. Ook in een virtuele wereld is inbreken en diefstal strafbaar.’

Even geduld aub.

Kruimelpad