Heel veel scholen vertellen hun leerlingen over drugs en de gevaren ervan. Maar eigenlijk zeggen ze niets over het probleem van drugsgebruik op school.’ Dat zegt de Rotterdamse jeugdofficier van justitie Ad de Beer.
Een paar jaar geleden leidde Ad het onderzoek naar drugshandel op middelbare scholen op de Zuid-Hollandse eilanden. De zaak kwam aan het rollen door een melding van de wijkagent die veel op een van de scholen kwam. Het onderzoek leidde naar een volwassen drugsdealer. Die leverde aan twee jonge mannen, één net 19 en de ander 17 jaar oud. Zij verkochten de drugs vervolgens aan de poort van de scholen weer door. Uiteindelijk werden in totaal achttien verdachten aangehouden, van wie het overgrote deel minderjarig was.
De officier herinnert zich nog dat er meteen nieuwe kinderen in het gat sprongen: op hun beurt kochten en verkochten ze drugs als “vriendendienst”.
De rechter legde uiteindelijk straffen tot een paar jaar cel op.
‘De maatschappelijke gevolgen waren natuurlijk groot’, weet Ad de Beer nog. ‘Scholen en ouders konden het niet geloven dat er een probleem was! Onze kinderen doet dat niet, zeiden ze. De kinderen die veel gebruikten zijn toch uit huis geplaatst.’
Het onderzoek leidde uiteindelijk tot een samenwerking tussen de gemeenten, hulpverleningsinstellingen, scholen en politie. Want behalve dat de jeugd experimenteerde met drugs, bleken ze ook veel te veel te drinken.
De officier Ad de Beer waarschuwt: ‘Scholen en ouders moeten inzien dat ook hun kinderen met drugs in aanraking komen. En dan maakt het niet uit of die school ver weg of midden in de stad staat. Als kinderen drugs willen gebruiken, kunnen ze het krijgen.’