Wat is de taak van het Openbaar Ministerie?

Zoeken binnen de index

Het Openbaar Ministerie zorgt ervoor dat mensen die de fout in gaan opgespoord en bestraft worden.

Bij het OM werken officieren van justitie. Zij sturen de politie aan in hun taak om strafbare feiten (overtredingen en misdrijven) op te sporen. Als de politie iemand in de kraag grijpt zal de officier van justitie vervolgens beslissen wat er verder gebeurt. Hij/zij beslist dus over de vervolging. Dat kan zijn een transactie-aanbod, bijvoorbeeld een taakstraf of een geldboete maar de officier kan ook de overtreder dagvaarden om voor de rechter te verschijnen.

In de rechtszaal treedt de officier van justitie op als aanklager. Hij leest aan het begin van de zitting de tenlastelegging voor. Hierin staat het misdrijf omschreven waarvan de verdachte wordt beschuldigd en waar, hoe en hoe laat hij het misdrijf heeft gepleegd. Aan het eind van de zitting zet de officier in een betoog uiteen waarom hij van mening is dat de verdachte schuldig is en welke straf de verdachte volgens hem moet krijgen. Dit noemt men met een moeilijk woord het 'requisitoir'.
Het OM houdt ook toezicht op de goede uitvoering van het vonnis van rechters; boetes moeten worden betaald, gevangenisstraffen uitgezeten, taakstraffen goed uitgevoerd.

Het OM is een landelijke organisatie met vestigingen in heel Nederland. Op de 19 arrondissementsparketten beoordelen officieren van justitie, ondersteund door administratieve en juridische specialisten, de honderdduizenden zaken die jaarlijks binnenkomen. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend gaan naar een van de vijf ressortsparketten. Daar heet de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie 'advocaat-generaal'. Een parket wordt geleid door een hoofdofficier van justitie en het ressortsparket door een hoofdadvocaat-generaal.

De landelijke leiding van het OM berust bij het College van procureurs-generaal in Den Haag. De minister van Justitie is politiek verantwoordelijk voor het OM. Dit betekent dat wanneer de Tweede Kamer vragen heeft omtrent het handelen van het OM de minister uitleg geeft.

Het Openbaar Ministerie heeft vestigingen door het hele land.

Zo zijn er arrondissementsparketten in Leeuwarden, Groningen, Assen, Zwolle/Lelystad, Zutphen, Almelo, Arnhem, Utrecht, Alkmaar, Haarlem, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Dordrecht, Middelburg, Breda, Den Bosch, Roermond en Maastricht.

Organogram OM

Op de arrondissementsparketten werken onder andere officieren van justitie en parketsecretarissen.

Zaken die landelijk spelen zoals georganiseerde misdaad en terrorisme worden behandeld door offieren van justitie van het Landelijk Parket in Rotterdam. Grote milieudelicten, fraudezaken en economischedelicten worden behandeld door het Functioneel Parket in Den Haag.

De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend gaan naar een van de vijf ressortsparketten. Deze zitten in Leeuwarden, Arnhem, Amsterdam, Den Haag en Den Bosch. Daar heet de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie 'advocaat-generaal'. Aan het hoofd van een arrondissementsparket staat een hoofdofficier van justitie en het ressortsparket wordt geleid door een hoofdadvocaat-generaal.

Het College van procureurs-generaal in Den Haag is de landelijke leiding van het OM. De politieke verantwoordelijkheid voor het OM ligt bij de minister van Justitie. Dit betekent dat wanneer de Tweede Kamer vragen heeft omtrent het handelen van het OM, de minister uitleg moet geven.

Wanneer de officier van justitie, ook wel de aanklager genoemd, vindt dat er voldoende bewijs is om een verdachte van een misdrijf strafrechtelijk te vervolgen, zal hij deze dagvaarden om voor de rechter te verschijnen.

In de dagaarding staat de naam van de verdachte en zijn adresgegevens. Verder staat in de dagvaarding een beschrijving van het strafbare feit waarvan de verdachte wordt verdacht.

Bijvoorbeeld: Dhr. Jansen wordt verdacht van het stelen van een videorecorder op zaterdag 2 oktober, omstreeks 11.00 uur uit het filiaal van Sound en Vision aan de Dorpstraat te Wapperveen. Art. 310v Wetboek van Strafrecht

Wanneer je een dagvaarding ontvangt van de officier van justitie van het Openbaar Ministerie betekent dit dat je naar de rechter moet om daar verantwoording over je daden af te leggen.

In Nederland worden jaarlijks meer dan een miljoen overtredingen en misdrijven geconstateerd. Hier zitten heel ernstige misdrijven tussen zoals moord en doodslag, maar ook lichte overtredingen zoals het te vroeg buiten zetten van een vuilniszak.

Gelukkig hoeft niet iedere verdachte voor de rechter te verschijnen. Minder ernstige feiten kan de officier van justitie zelf afdoen door middel van een transactievoorstel (ook wel: schikking). Betaalt de verdachte deze transactie niet, dan moet hij of zij alsnog naar de rechter.

Als er te weinig bewijs is tegen een verdachte of het feit dat tenlaste wordt gelegd is niet strafbaar genoeg, dan wordt de zaak terzijde gelegd (geseponeerd). De politie kan in een aantal gevallen ook een transactievoorstel doen aan een verdachte, bijvoorbeeld voor het te vroeg buiten zetten van de vuilniszak of voor zwartrijden.

Bij de opsporing en vervolging moet steeds worden gekozen. Er zijn niet genoeg politiemensen, officieren en rechters om alle strafbare feiten op te sporen en voor de rechter te brengen. Bij de beslissing om een verdachte wel of niet voor de rechter te brengen wordt vooral gekeken naar de ernst van het misdrijf en de impact ervan op de samenleving (maatschappelijke relevantie) en naar het nut van de vervolging.
De vervolging van ernstige overtredingen krijgt voorrang. Wanneer de dader bekend is of makkelijk is op te sporen, wordt in principe altijd vervolgd.
Veelplegers kunnen op speciale aandacht rekenen van het OM. Zij zullen zwaarder gestraft worden dan degenen die voor het eerst in de fout gaan. Ook heeft het OM bijzondere belangstelling voor jeugdige daders; dat kunnen immers de criminelen van de toekomst zijn.

Bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten moet steeds worden gekozen. Er zijn niet genoeg politiemensen, officieren en rechters om alle strafbare feiten op te sporen en voor de rechter te brengen. Bij de beslissing om een verdachte al dan niet voor de rechter te brengen wordt vooral gekeken naar de ernst van het misdrijf, de impact ervan op de samenleving en naar het nut van de vervolging.

Wanneer de officier van justitie en de politie moeten kiezen tussen het opsporen van een fietsendief of van een verdachte van een geweldadige beroving zal de laatste meer aandacht krijgen.

De capaciteit wordt dus bij voorrang ingezet bij de vervolging van ernstige overtredingen en in mindere mate bij lichtere incidentele vergrijpen. Wanneer de dader bekend is of makkelijk is op te sporen, wordt in principe wel altijd vervolgd.

Veelplegers kunnen op speciale aandacht rekenen van het OM. Zij zullen zwaarder gestraft worden dan degenen die voor het eerst in de fout gaan. Ook heeft het OM bijzondere belangstelling voor jeugdige daders; dat kunnen immers de criminelen van de toekomst zijn.

Even geduld aub.

Kruimelpad