I blog, you blog, we bloggen?
Bloggen jullie? Het op internet bijhouden van een dagboek? Ik sinds kort wel. Speciaal voor jullie. En wat is dan zo interessant aan mijn leven dat jullie mijn blog ook moeten lezen?
Vooral omdat ik een niet alledaags beroep heb. Ik ben namelijk een Officier van Justitie (OvJ). Dat is degene die in Nederland, samen met de politie overtreders en misdadigers achter de tralies moet krijgen.
Het ene moment zit ik de rechtzaal, dan weer in de afluisterkamers bij de politie en soms, heel saai, achter mijn bureau. De hele dag ben ik in de weer met opsporing en vervolging. Er is zo altijd wat te beleven.
Het kan niet anders of dit moet spannende verhalen opleveren die jullie met plezier, verbazing of misschien wel boosheid zullen lezen. Laat in ieder geval weten wat je ervan vindt, stuur vragen, geef commentaar en laat je horen !!
I blog, you blog too?
Vandaag eens een heel andere dag gehad. Bij groep 5 en 6 van een basisschool heb ik als officier van justitie in de klas gestaan. Een middag waarin ik vertel over mijn werk, de wetten en straffen en uitleg geef over de verschillende rollen bij een rechtzaak. Daarbij is de meest opmerkelijke rol weggelegd voor die van de Bode. Van wie?
Het is elke keer weer leuk bij de rolverdeling van het rollenspel te vragen wie de rol van Bodewil spelen. Wie is dat, wat doet ie dan? Als antwoord krijgen de leerlingen: dat vertel ik straks pas.
Een van de kinderen zit dus gespannen te wachten op de instructie. Op de gang leg ik de rol uit. Als iedereen in toga’s klaar zit , de rechter, de advocaat en de officier van justitie, knik ik naar de Bode. Dit is het moment! Hij staat op. Iedereen is benieuwd. Hij loopt naar de deur van de klas. Opent de deur van de klas. Loopt de gang in en schreeuwt zo hard mogelijk: DE ZAAK VAN ANNE GAAT BEGINNEN!
Dan ligt iedereen dubbel. De andere klaslokalen gaan nieuwsgierig en misschien wel geschrokken open. Ik loop de gang in met mijn toga en kijk serieus terwijl ik zeg: “De wet schrijft dit voor” en loop serieus terug naar de klas.
Vandaag heb ik een nabestaandengesprek. Ik ga praten met de moeder van een meisje dat zelfmoord heeft gepleegd. Een gesprek over haar dochter. Een gesprek waarin zij blijft aangegeven niet te kunnen geloven dat haar dochter zelfmoord heeft gepleegd, waarin ik meermaals moet aangeven dat er echt geen redenen waren om een misdrijf te vermoeden, een gesprek met heel veel emotie.
Maar ook een gesprek dat de moeder meer inzicht geeft in de manier van werken bij de politie en justitie. Dat dit werk met veel betrokkenheid en zorgvuldigheid gebeurd. Zo’n gesprek is altijd moeilijk af te ronden is omdat je het niet alleen voert vanuit je officiersvak, maar ook vanuit je gevoel als medemens en moeder.
De volgende keer gaat het over de bode.
Zoals ik al eerder had beloofd nu iets over het opsporingsonderzoek. Deze week heb ik mij bezig gehouden met de vraag of we een telefoontap (afluisteren) gaan plaatsen, gebruik maken van een Observatieteam (politiemensen die de verdachten in de gaten houden) en of we camerabeelden gaan opvragen. Door de politie wordt een paar keer om toestemming gevraagd voor een aanhouding en ik neem contact op met de Rechter-commissaris (RC) om een doorzoeking van een woning te regelen.
Samen met de RC en de politie zijn we naar de woning gegaan en uiteindelijk gevonden waar we naar op zoek waren! Daarna terug naar het parket en de zaken op papier afgewikkeld. Een onderdeel van het werk dat erg belangrijk is maar wat ik eerlijk gezegd af en toe verschrikkelijk saai vind !! Tot de volgende keer.
Deze week had ik piket. Piket betekent dat ik dag en nacht bereikbaar moet zijn. Voor de politie maar ook wanneer er een lijk gevonden is. De vraag is dan: is het een natuurlijke of niet-natuurlijke dood? En mag het lichaam worden vrijgegeven (terug gegeven aan de familie) of moet er meer onderzoek plaatsvinden?
Bereikbaar moet ik ook zijn voor het vaststellen van boetes voor té hard rijden, onder invloed van alcohol rijden of het in bezit hebben van verdovende middelen (drugs). Ook voor het geven van toestemming voor aanhoudingen, huiszoekingen en spoedtaps (afluisteren). Al deze werkzaamheden maken het werk zeer afwisselend en soms zelfs spannend. Wie nog beweerd dat wij een saai vak hebben zou eens een dagje in onze schoenen moeten staan.
Dag maar weer.
Wat doet een officier van justitie nu precies? Dat was de eerste vraag die ik deze week kreeg.
Ten eerste is de officier van justitie de “aanklager” in de rechtzaal. Hij of zij vertelt wat de verdachte heeft gedaan. Ook vraagt de officier aan de rechter om de verdachte een bepaalde straf te geven, bijvoorbeeld naar de gevangenis of een geldboete. Maar de rechter beslist zelf welke straf hij de verdachte geeft.
Het werk in de rechtzaal is slechts een klein onderdeel van het werk van een OvJ. In de wet staat dat de officier ook onderzoek moet doen naar strafbare feiten (dingen die niet mogen) en vertelt daarbij aan de politie wat ze moeten doen.
Simpel gezegd: de officier is de baas over het onderzoek naar een misdaad en het oppakken en proberen te veroordelen van de verdachten. Volgende keer zal ik daar eens een paar voorbeelden van geven maar ik nu moet naar de Rechtbank. Tot snel.